Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /domains/filippijnengroep.nl/DEFAULT/lib/mysql.inc on line 20

Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /domains/filippijnengroep.nl/DEFAULT/lib/mysql.inc on line 20

Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /domains/filippijnengroep.nl/DEFAULT/lib/mysql.inc on line 20
Kinderen en jongeren in de Filipijnen
U bent hier: Voorpagina Ľ Algemeen Ľ Kinderen en jongeren in de ...
Vrijdag, 15 december 2017 18:38:40

Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /domains/filippijnengroep.nl/DEFAULT/lib/mysql.inc on line 20

Kinderen en jongeren in de Filipijnen

De Filipijnen is een kinderrijk land. Van de 95 miljoen inwoners zijn er ongeveer 43 miljoen (45%) jonger dan 18 jaar, waarvan er 38 miljoen jonger zijn dan 15 jaar, bijna 40% van de bevolking. Met een bevolkingsgroei van 2,3% per jaar neemt het aantal kinderen en jongeren verhoudingsgewijs nog steeds toe.


Na dertien jaar heeft het Filipijnse† Congres in december 2012 eindelijk een wetvoorstel voor gezinsplanning en moeder- end kindzorg goedgekeurd. Op 21 december werd het ondertekend door de president Benigno Aquino III, die daarmee de wet bekrachtigde. Sinds hij eind juni aan de macht kwam heeft de Filipijnse president Aquino zich sterk gemaakt voor deze wet. Hij staat op het standpunt dat de regering de verantwoordelijkheid heeft om de bevolking te informeren over keuzes wat betreft geboortebeperking.
De wet voorziet in gratis voorbehoedsmiddelen, programma's voor gezinsplanning en seksuele voorlichting op scholen.

Dat het zolang duurde voor de wet erdoor kwam kan op het conto van replica audemars piguet millenary de machtige rooms-katholieke kerk geschreven worden,. De kerkelijk leiders hebben zich op op het laatste moment verzet tegen goedkeuring van deze wet. Ze zetten parlementariŽrs onder druk en dreigden op een gegeven moment zelfs president Aquino te excommuniceren.

Het grote aantal kinderen legt een zware claim op de samenleving. De behoefte aan sociale voorzieningen en werk neemt sterk toe. Momenteel vermeerdert het aantal schoolgaande kinderen elk†jaar met ťťn miljoen†en komen er meer dan een miljoen jongeren bij op de arbeidsmarkt. Aantallen die jaarlijks omhoog gaan. Al deze kinderen en jongeren hebben rechten, die veelal onbekend zijn. Die rechten zijn verwoord in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.†

Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Op 2 fake patek philippe watches september 1990 trad het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de fake omega planet ocean Verenigde Naties in werking. Ondertekening ervan ASME B31.3 verplicht landen de rechten van het kind te verwezenlijken en na te leven. Het Verdrag bevat enerzijds rechten die al zijn vastgelegd in algemene verdragen over mensenrechten, anderzijds bevat het rechten die specifiek op kinderen zijn toegespitst en rechten die op overige jongeren betrekking hebben.
In alle landen die dit Verdrag ondertekend hebben, worden meerdere (en soms zeer vele) van deze rechten geschonden. Het meest schrijnend komt dit aan het licht in die landen, die te maken hebben met grote aantallen straatkinderen. Dat zijn vooral de landen van het zuidelijk halfrond en sinds kort ook landen van het vroegere Oostblok. Maar ook het rijke Westen, Nederland niet uitgezonderd, ontsnapt niet aan deze problematiek. Campagnes tegen kindermishandeling worden steeds indringender en het aantal 'zwerfjongeren' in ons land wordt geschat op ongeveer 35.000.

De Filipijnen hebben het Verdrag inzake de Rechten van het Kind al in 1990 ondertekend. Nederland deed dit pas op 8 maart 1995. Met de asme standard ondertekening ervan door Nederland hadden 170 landen hun handtekening onder het Verdrag gezet. Het is hierdoor het meest geratificeerde internationale mensenrechtenverdrag. Naleving wordt gecontroleerd door het Comitť voor de Rechten van het Kind, dat hiervoor speciaal in het leven is geroepen. Door de Filipijnse regering is tot op heden - zeker in verhouding tot de groeiende problemen van de kinderen - weinig gedaan†aan het in de praktijk brengen van het verdrag.

Armoede en ondervoeding
Volgens het Verdrag maken het recht op voedsel, gezondheidszorg en onderwijs deel uit van de rechten van het kind. Het overheidsbudget voor gezondheidszorg, onderwijs en andere sociale voorzieningen in de Filipijnen schiet echter schromelijk tekort om op een behoorlijk manier aan de behoefte in deze voorzieningen te voldoen en staat in geen verhouding met de uitgaven voor aflossing van buitenlandse schulden en voor militaire doeleinden.†Pakweg 50% van de mensen in de Filipijnen sterft zonder dat ze ooit gebruik hebben gemaakt van de voorzieningen in de gezondheidszorg.

Omdat een†flink deel van de Filipijnse bevolking in grote armoede leeft, komt er van deze rechten weinig terecht. Getallen van overheid en particuliere ontwikkelingsorganisaties in de Filipijnen over het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft variŽren van 40% tot 70%. Volgens een onderzoek van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) van 2011, leeft 65% van de plattelandsbevolking in de Filipijnen onder de armoedegrens.
Dit betekent dat ook een groot aantal kinderen en jongeren in armoede leeft. Die armoede is de oorzaak van veel problemen waarmee een groot deel van hen geconfronteerd worden. Ondervoeding is daarvan het meest in het oog springend. Van de schoolgaande kinderen lijden er maar liefst†10 miljoen (meer dan de helft) aan ondervoeding. Een†onderzoek onder kinderen van 0 tot 6 jaar van het Food and Nutrician Research Institute†(Instituut voor Voedsel- en Voedingsonderzoek) wees uit dat 12 tot 13 procent van alle kinderen ernstig ondervoed waren. Meer dan de helft hiervan was er slecht aan toe en een tiende deel ervan zou er, als zij al overleven, ernstig lichamelijk en geestelijk letsel aan overhouden. Hersenfuncties worden door ondervoeding negatief beÔnvloed en zelfs aangetast en door een tekort aan jodium worden er jaarlijks tienduizenden kinderen geboren met een veel te lage intelligentie (IQ).

Vanwege de schrijnende armoede op het platteland zijn de afgelopen decennia steeds meer arme plattelandsbewoners naar de steden getrokken in een poging daar een beter bestaan op te bouwen. Voor de meesten zit dat er echter niet in, er is geen vast werk en ze moeten leven van een klein en onregelmatig inkomen. Er wonen in het gehele land naar schatting zo'n†20 miljoen stadsarmen, een aantal dat volgens onderzoekers jaarlijks†toeneemt. De stadsarmen wonen op elkaar gepropt in bouwsels, die vaak maar uit ťťn kamer bestaan. De meeste van deze onderkomens hebben geen behoorlijk toilet, stromend water noch elektriciteit. Er is nauwelijks genoeg ruimte om in te bewegen, laat staan om er te spelen. Omstandigheden die je moeilijk geschikt kunt noemen voor kinderen om in op te groeien.
Daarbij komt ook nog eens dat vele stadsarmen voortdurend leven met de dreiging van sloop van hun onderkomen door de overheid omdat ze illegaal gebouwd zijn. Mensenrechtenorganisaties schatten dat de komende jaren in Manilla 500.000 gezinnen (ruim†3 miljoen personen) hun schamele huisvesting zullen verliezen door projecten van de regering, zoals het uitdiepen van rivieren. Veel stadsarmen wonen op de AWS D1.6 oevers van de rivieren die in het regenseizoen verschillende keren per jaar buien hun oevers treden. De ervaring heeft geleerd dat de woningen in de huisvestingsprojecten, die de regering bouwt als vervangende woonruimte, voor de stadsarmen niet betaalbaar zijn.

Ondervoeding vermindert de weerstand aanzienlijk en maakt kinderen vatbaar voor ziektes. Ondanks de lage inkomsten van gezinnen van stadsarmen wordt er vaak relatief veel geld uitgegeven aan drank en sigaretten. Daarnaast zijn ouders vaak niet goed op de hoogte van de noodzaak van gezonde voeding, waardoor hun kinderen niet alleen te weinig maar ook minder voedzaam eten krijgen.

Omdat de gezondheidszorg ontoereikend en voor de armen niet of nauwelijks te betalen is, sterven er jaarlijks enkele honderdduizenden kinderen aan in feite gemakkelijk te genezen ziekten zoals diarree, longontsteking en mazelen. Dat komt neer op vele honderden per dag. Jaarlijks worden in de Filipijnen ruim 1,5 miljoen kinderen geboren. Hiervan sterven er 60.000 vůůr hun eerste verjaardag (40 op de 1000 geboorten) en 106.000 voor hun vijfde verjaardag (71 op de 1000 geboorten). Dit zijn de op ťťn na hoogste cijfers in Oost-AziŽ, alleen in IndonesiŽ liggen deze getallen hoger. Ondanks de campagnes van†maatschappelijke organisaties (ngo's) ter bevordering van de borstvoeding neemt het aantal ouders dat hun kinderen met de fles groot brengt gestaag toe. Het blijkt dat de agressieve campagnes voor flesvoeding van multinationals als Nestlť grotere invloed hebben dan die van de†maatschappelijke organisaties†en een negatieve invloed hebben op de hoge zuigelingensterfte.

Tot hun zevende jaar ontwikkelen kinderen hun belangrijkste mentale, sociale en lichamelijke vaardigheden. Deze jaren voorafgaand aan het basisonderwijs (de pre-school periode) zijn een cruciale levensfase voor de kinderen omdat hierin de basis wordt gelegd voor de vaardigheden die ze hun hele verdere leven nodig zullen hebben. Aangezien kinderen tot deze leeftijd de helft van hun intelligentie ontwikkelen, is ťťn of andere vorm van informeel en formeel onderricht in deze levensfase uiterst belangrijk om hun ontwikkeling te stimuleren. Ouders van arme gezinnen zijn meestal zo druk bezig met het verwerven van een inkomen, dat ze vaak te weinig tijd hebben om aan de kinderen te besteden. Oudere broertjes en zusjes zorgen dan voor de jongere kinderen of familieleden en buren worden ingeschakeld bij de opvang.

De ontwikkeling van kinderen uit arme gezinnen, waarvan de ouders zelf vaak weinig of geen onderwijs hebben genoten, laat in de eerste belangrijke levensfase daarom nogal wat te wensen over. Al met al kan worden geconcludeerd dat deze kinderen een milieu ontberen dat de creativiteit en ontwikkeling stimuleert. Kinderen uit deze gezinnen beginnen, in vergelijking met kinderen van ouders uit de middenklasse en de elite, dan ook met een flinke achterstand aan het basisonderwijs.

Onderwijs
Het aantal kinderopvangcentra en kleuterscholen is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, maar dit betreft bijna allemaal particuliere initiatieven of zij zijn verbonden aan exclusieve scholen. De hoge ouderbijdrage die voor deze voorzieningen gevraagd wordt, is alleen op te brengen door de gegoede middenklasse en elite, niet door de arme gezinnen. Voorzieningen voor kinderopvang en kleuterscholen die ressorteren onder het ministerie van Maatschappelijk Welzijn en Ontwikkeling (Social Welfare and Development) kosten maar 100 tot 150 peso per maand (er gaan ruim†50 peso in een euro), maar zijn zeer schaars.

De officiŽle cijfers voor analfabetisme†op de Filipijnen†liggen laag, maar lang niet alle kinderen maken de lagere school af. Nagenoeg alle kinderen beginnen aan het basisonderwijs, doch slechts 65% van de kinderen maakt de lagere school daadwerkelijk af, 18 % maakt de highschool (middelbare school) af, terwijl slechts 7% erin slaagt een voortgezette of universitaire opleiding te voltooien.
Aangezien het overheidsbudget voor onderwijs beperkt is, zijn de voorzieningen van het openbaar onderwijs vaak slecht en is het niveau bijzonder laag. Schoolgebouwen zijn te klein, verkeren in slechte staat of ontbreken soms totaal. Gebrek aan ruimte en personeel leidt niet zelden tot "wisseldiensten" bij de kinderen. De 6 tot 9 jarigen gaan b.v. alleen 's morgens naar school en de 10 tot 12 jarigen allen 's middags. Schoolbord en krijt zijn de belangrijkste middelen, want boeken zijn schaars of in het geheel niet aanwezig en alle andere benodigdheden moeten door de kinderen zelf worden meegebracht.
Het salaris van het onderwijzend personeel is veelal ontoereikend, waardoor zij gedwongen zijn bijbaantjes te nemen om in hun onderhoud te kunnen voorzien. Een situatie die niet stimuleert tot een inzet om het onderwijs tot een bloeiende sector te ontwikkelen. Hoewel het openbaar lager onderwijs gratis is, kunnen veel ouders van arme gezinnen toch de kosten voor boeken, schriften en andere schoolbenodigdheden niet opbrengen. Vaak is er ook geen geld om de kinderen eten mee te geven voor het verblijf van een hele dag op school.

Kinderarbeid
Veel van de kinderen die voortijdig de school verlaten gaan werken om in hun onderhoud te voorzien of om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen. Ze helpen thuis of met het thuiswerk van de ouders, werken mee op het land, op straat of komen terecht in de industrie. Gezinnen die economisch gezien maar ternauwernood kunnen overleven zijn afhankelijk van inkomsten van alle gezinsleden, waaronder die van de kinderen.

De term kinderarbeid staat in de Filipijnse wet voor de directe of indirecte deelname van kinderen van 15 jaar en jonger in het productieproces en de dienstensector. Kinderarbeid vindt in de Filipijnen plaats in zowel de formele als de informele sector. De formele sector omvat kinderen die voor een werkgever werken, op vaste uren werken en met een vast salaris. Ze hebben echter geen contract, want volgens de Filipijnse wet mogen kinderen tot hun 15de jaar niet werken. Deel van deze sector zijn kinderen die werken in textielfabrieken, groentekwekerijen, suiker- ananas- en bananenplantages, als hulp in de huishouding en als duiker in de "muro-ami" zeevisserij. De informele sector omvat kinderen die werken als verzamelaar van afval, straatverkoper, schoenpoetser, kruier, barmeisje of bedelaar. Dit zijn, met andere woorden kinderen die voor zich zelf werken en geen baas hebben.

De huidige trend laat duidelijk zien dat kinderarbeid vooral plaatsvindt in drie sectoren van de economie, namelijk de landbouw, de industrie en de diensten- of informele sector. Van alle werkende kinderen, werken er 60% in de landbouw, terwijl de rest gelijkmatig verdeeld is over de twee andere sectoren. Veel van de kinderen die meewerken op het land, helpen met thuiswerk of in de huisindustrie, krijgen hiervoor geen vergoeding. Kinderen die werken in de industrie krijgen gemiddeld ongeveer 10% van het wettelijk minimum salaris van een volwassene uitbetaald. Hulpen in de huishouding krijgen hiervan ongeveer de helft en het bedrag dat kinderen die in de landbouw werken uitgekeerd krijgen, als ze al betaald worden, ligt daar ergens tussenin.

Volgens de gegevens van het ministerie van Arbeid en Werkgelegenheid zijn er tussen de†6 en†8 miljoen werkende kinderen van 15 jaar en jonger. Volgens diverse maatschappelijke organisaties, werkzaam op het gebied van welzijn voor kinderen, ligt dit aantal echter een stuk hoger.
Filipijnse culturele waarden beschouwen deelname van kinderen aan allerlei werkzaamheden over het algemeen als onderdeel van hun socialisatie proces, waardoor kinderen vlijtig en zelfverzekerd worden en vaardigheden en verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen. In de Filipijnse cultuur worden vooral kinderen op het platteland aangemoedigd om mee te werken op het land of in de huisnijverheid. Op het platteland gaat men er nog van uit dat het hebben van meer kinderen meer inkomen voor het gezin betekent en financiŽle zekerheid geeft voor de oude dag.

Arbeid kan voor kinderen opvoedkundige waarde hebben en een bijdrage leveren aan de eigen ontwikkeling en zelfontplooiing. Het hoeft niet per definitie uitbuitend te zijn, als het gecombineerd is met onderwijs en tijd om te spelen. Het probleem bij kinderarbeid is echter veelal het gedwongen karakter ervan. De lange werkdagen en andere misstanden ontnemen kinderen de mogelijkheden en het recht om te spelen, zich te ontspannen en onderwijs te volgen en tasten de ontwikkeling van de kinderen aan. Dat is zeker het geval wanneer kinderen als lijfeigene worden behandeld.

In de Filippijnse media wordt regelmatig gewag gemaakt van mistanden waarbij kinderen en jongeren worden vastgehouden en behandeld†als slaven. Maar ook in veel algemener voorkomende situaties wordt de gezondheid van kinderen, door de slechte arbeidsomstandigheden waaronder ze moeten werken, aangetast. Uit onderzoeken blijkt dat de gezondheid van kinderen die werken in de landbouw en industrie wordt aangetast door het gebruik van giftige chemicaliŽn en bestrijdingsmiddelen. In de textielindustrie staan kinderen bloot aan stof, lawaai, ondraaglijke hitte en niet goed beveiligde machines en werkruimtes waardoor ernstige ongelukken ontstaan. Kinderen worden overbelast door veel te zware lasten en veel te lange werkdagen. Bij het werken in de mijnen en de visserij staan ze bloot aan explosies van dynamiet. Bij het "muro-ami" zeevissen moeten kinderen duiken om de vissen in de netten te jagen, ze lopen psychische schade op door zuurstofgebrek, hun gehoor en zicht wordt beschadigd en een aanzienlijk aantal kinderen verdrinkt bij deze werkzaamheden.

Bij het zoeken naar oplossingen voor kinderarbeid moet er echter niet alleen gekeken worden naar de misstanden, maar ook naar de economische realiteit van de gezinnen waartoe de kinderen behoren. Op de lange duur kunnen de misstanden en problemen van kinderarbeid alleen opgelost worden als het armoedeprobleem systematisch en†doortastend wordt aangepakt. _____________________________________________________________________

Marcelina Reviera, is 12 jaar en woont in Toboso, Negros Occidental. Vanwege geldgebrek was ze gedwongen de school te verlaten en met haar moeder, die weduwe is, en haar zusters op de suikervelden te werken. Ze werkt dagelijks 8 uur op het veld om onder een zinderende zon het suikerriet te wieden. Ze staat 's morgens om half zes op, eet een bordje rijst, soms met een gedroogd visje erbij en begint om zes uur samen met de andere gezinsleden te werken. Om tien uur heeft ze enkele uren pauze om te rusten en te eten, dan werkt ze weer van ťťn tot vijf uur 's middags. Ze verdient†10 peso's per dag. Haar moeder ontvangt 25 peso's, een oudere zus krijgt er†13 en haar twee jongere zusjes elk†8 peso's per dag. Samen verdienen ze†64 peso's (Ä,15) per dag, dat is minder dan†een derde†van het wette≠lijke minimumloon in de agrarische sector. Niet verwon≠derlijk dus dat het gezin, ondanks dat ze hard werken, in armoede leeft. Vooral ook omdat zelfs volgens overheidsinstanties het minimumloon slechts 65% bedraagt van het bedrag dat een gemiddeld gezin nodig heeft voor een behoorlijk bestaan.

___________________________________________________________________

Slachtoffers van gewapende conflicten
Sinds de jaren 70 voert het Nieuwe Volksleger (NPA), de gewapende arm van de Communistische Partij (CPP) een guerrilla tegen het regeringsleger en strijden verschillende Moslim verzetsgroepen in het zuiden van de Filipijnen voor zelfbeschikking. Het is veelal de gewone bevolking die het slachtoffer wordt van de gewapende conflicten. In de strijd tegen het gewapende verzet zet het regeringsleger vaak zware middelen in. In gebieden waar het verzet actief is worden dorpen gebombardeerd, huizen doorzeefd en platgebrand en hele gemeenschappen geŽvacueerd. Mensen slaan op de vlucht of worden gedwongen hun dorpen te verlaten. Sinds het vertrek van dictator Marcos in 1986 zijn vele miljoenen mensen van huis en haard verdreven.

De afgelopen 10 jaar rapporteerden mensenrechtenorganisaties altijd nog enkele honderdduizenden interne vluchtelingen. Dat gaat met pieken en dalen. Met name in het zuiden braken er regelmatig gevechten uit, waardoor soms een half miljoen mensen ontheemd raakten.Een deel van de interne vluchtelingen komt terecht in scholen en andere openbare gebouwen die dienst doen als opvangcentra. De hygiŽne in deze gebouwen laat te wensen over, er is gebrek aan voedsel en medicijnen. Ondanks de inspanningen van hulporganisaties zijn duizenden kinderen in de opvangcentra gestorven. Kinderen die het oorlogsgeweld van dichtbij hebben meegemaakt zijn vaak zwaar getraumatiseerd. In feite zijn hele dorpen getraumatiseerd door het terugkerende oorlogsgeweld.†Netwerken tussen bewoners, waarmee ze elkaar ondersteunden, functioneren niet meer. Bovendien is de voedselproductie in de getroffen dorpen afgenomen en leven de bewoners in bittere armoede. Dit versterkt de trek naar de steden en leidt tot het clandestien werven van kinderen en jongeren voor slecht betaald werk in de steden.

Straatkinderen
De term straatkind kan op verschillende manieren worden uitgelegd, waardoor ook de genoemde aantallen straatkinderen in de Filipijnen variŽren. Ruim opgevat zijn straatkinderen die kinderen, die een groot deel van hun tijd op straat doorbrengen zonder toezicht van een ouder of een andere volwassene. Daaronder vallen al de kinderen die overdag op straat proberen aan de kost te komen en 's avonds naar huis terugkeren, maar ook al die kinderen die permanent op straat wonen. Als men voor de Filipijnen deze omschrijving hanteert, zijn er in het land zo'n 3 miljoen straatkinderen. Dit komt neer op ongeveer 10% van alle Filipijnse kinderen. Een groot deel daarvan leeft in Metro Manilla.

Metro Manilla is de laatste jaren in snel tempo uit zijn voegen gegroeid. Van 1963 tot 2004 is de totale bevolking gegroeid van 2,7 miljoen naar ongeveer†18 miljoen. Hiervan worden er ongeveer†7 miljoen tot de stadsarmen gerekend. De voornaamste oorzaak van deze groei is het toenemend aantal families dat van het platteland naar de stad trekt. Deze migratie wordt voornamelijk veroorzaakt door de grote armoede op het platteland, het grote verschil in ontwikkeling tussen landelijke en stedelijke gebieden en de illusie dat het leven in de grote steden beter is.
In die jaren is het aantal straatkinderen in Metro Manilla eveneens sterk toegenomen. Naast de trek naar de steden (urbanisatie) is ook de ontwrichting van het traditionele familieleven in de stedelijke armenwijken een belangrijke reden voor de toename van het aantal straatkinderen: de massale groei van de werkeloosheid brengt grotere armoede met zich mee; het aantal onvolledige gezinnen is sterk toegenomen; er is sprake van toenemende gewelddadigheid binnen de gezinnen; toenemend toerisme; devaluatie van waarden en normen; het ontbreken van alternatieven en een afname van het gevoel bij een plaatselijke gemeenschap te horen.

Economische ontworteling brengt sociale en culturele ontworteling met zich mee. De families die van het platteland naar de grote stad trekken kan men beschouwen als ontheemden in hun eigen land. Zij verliezen het contact met de hun bekende werkelijkheid en de grote stad biedt hun daarvoor geen alternatief. Zij raken op drift en leven aan de rand van de samenleving. De kinderen zijn daarvan†als eersten de dupe.
Naar schatting verdienen†tussen de 80.000 en†100.000 jongens en meisjes in Manilla de kost in de prostitutie. Voor andere kinderen blijft er niets anders over dan de kleine criminaliteit. Omdat overleven op straat voor een kind alleen niet mogelijk is, sluiten de meesten zich aan bij een bende. Verschillende bendes kunnen deel uitmaken van een syndicaat met aan de top een volwassene die soms een vooraanstaand burger of politicus is. De syndicaten schromen niet om kinderen te manipuleren of†seksueel misbruik van hen te maken. Kinderen zwijgen hierover als het graf, bang dat er geweld gebruikt wordt als ze teveel zeggen. Op een bepaald moment staan ze onder zoveel druk dat ze geen kant meer uit kunnen.
Bij een bende horen betekent voor de kinderen, dat ze recht hebben zich binnen een bepaald territorium te bewegen en bovendien kunnen rekenen op een zekere mate van bescherming van de bendeleider. Daar staat tegenover dat ze een deel van hun inkomsten moeten afdragen aan de leider en via hem aan het hoofd van het syndicaat. Kinderen die als krantenverkoper of voor een souteneur werken doen dat eveneens.

Een†aanzienlijk deel van de op straat wonende kinderen in Metro Manilla is verslaafd aan oplosmiddelen. Om hun honger en moeheid te vergeten snuiven ze tri, aceton, nagellak-remover of lijm. Door gebruik van deze middelen kunnen ze tijdelijk hun ellende vergeten, in een droomwereld raken en geen angst meer voelen en slapen. Als ze onder invloed van deze middelen verkeren zijn ze niet meer aanspreekbaar en leven ze buiten de realiteit. Hun reactievermogen is dusdanig verminderd dat er op allerlei manieren misbruik van hen gemaakt†kan worden. Zelfs het†kleine beetje dat ze bezitten, wordt op die momenten van†hen gestolen.

Ook†de politie gebruikt veel geweld tegen de straatkinderen. 'Ze zijn vies, verslaafd, niksnutten en ze bezorgen overlast'. Als straatkinderen worden opgepakt, gebeurt dat†niet zelden met veel geweld. Het meesleuren levert vaak kapotte knieŽn en tenen op. Soms gebruikt de politie zelfs wapens. En altijd is er wel een of andere verklaring voor de verwondingen die de kinderen oplopen. Gekneusde ribben zijn niet te zien, kapotte knieŽn komen door valpartijen als de kinderen wegrennen, en de blauwe plekken worden geweten aan het slapen op de betonnen straat.†
Bovendien gebeuren er heel merkwaardige dingen in de cellen en de verhoorkamers; geweld tijdens het verhoor, gedwongen verklaringen, manipulatie, etc. Soms zitten kinderen langer dan twee weken vast zonder dat dit wordt gemeld, terwijl het ministerie van Maatschappelijk Welzijn en Ontwikkeling (Department of Social Welfare and Development) eigenlijk binnen 24 uur ingelicht moet worden. De kinderen krijgen vaak geen eten, terwijl er per arrestant een vergoeding beschikbaar is. Dit geld verdwijnt waarschijnlijk in een broekzak van een van de agenten.
______________________________________________________________________

Randy, een jongen van 16, opgepakt voor dief≠stal, werd in elkaar geslagen door een veiligheidsbe≠ambte. Hij zat daarna 16 dagen in een politiecel. Toen hij einde≠lijk naar de jeugdgevangenis werd overgebracht overleed hij binnen 8 uur aan zijn verwondingen. Volgens getuigenverklarin≠gen was hij in de cel dagenlang door politieagenten en medegevangenen ernstig mishandeld. Dit is niet onwaarschijnlijk, want Randy was 'toch maar een straatkind', er is dan ook niemand die zich hierover druk maakt.

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† ††+++++++†

David was pas 7 jaar. Opgepakt wegens diefstal van een zon≠neklep. In de cel werd hij in elkaar ge≠trapt door degene die aangifte had gedaan. De politie stond erbij en keek ernaar.

_____________________________________________________________________________

Opvang
Een onderzoek van de Unesco wijst uit, dat zich in de Filipijnen vele honderden organisaties bezighouden met het welzijn van de kinderen. Het grootste aantal richt zich op de opvang van straatkinderen. Verdeeld over 17 steden, zijn dat zo'n 300 organisaties. Ongeveer een derde van deze organisaties zijn regeringsorganisaties. De rest zijn particuliere ontwikkelingsorganisaties. Zij werken op verschillende manieren. Sommige werken vanuit opvangcentra (30%), andere proberen kinderen onder te brengen in gezinnen in de plaatselijke gemeenschappen (57%) en een derde categorie probeert contact te krijgen met kinderen op straat (12%).

Cijfers wijzen uit dat de op de gemeenschap gerichte projecten de voorkeur verdienen, waarschijnlijk omdat zij het goedkoopst zijn en het meeste resultaat opleveren. Toch bereiken deze 300 organisaties slechts 20%, ofwel 800.000 van de†4 miljoen kinderen. De kosten liggen immers enorm hoog. En ook hier wordt een kosten-baten afweging gemaakt. Het ligt dus voor de hand dat er meer middelen nodig zijn, vooral financiŽle, om aan de directe nood van de kinderen tegemoet te komen. Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, schat dat er in de komende jaren voor de hele wereld 45 miljard dollar nodig zal zijn om 'een eind te maken aan het eeuwenoude probleem van ondervoeding, het voorkomen van ziektes en analfabetisme'.

Over de hele wereld is in grote lijnen het verhaal van het groeiend aantal 'straatkinderen'†en de problemen die ze ondervinden†hetzelfde. Daarom zou er meer aandacht moeten zijn voor het in de praktijk brengen van het Verdrag voor de Rechten van het Kind en zou er ook structureel aan oplossingen voor dit probleem gewerkt moeten. De millennium ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, waaronder halvering van wereldwijde armoede en meer kinderen naar school, hebben nog weinig impact gehad op het probleem van de straatkinderen.

Conclusie
Concluderend kan gezegd worden dat de problemen van kinderen in de Filipijnen uitingen zijn van de voortdurende strijd van de armen om te overleven. Het verschijnsel van de armoede, ondervoeding, het hoge sterftecijfer onder kinderen, kinderarbeid en het toenemende aantal straatkinderen zal uiteindelijk de status-quo en de fundamenten van het Filipijnse maatschappelijk systeem ter discussie moeten stellen. De spectaculaire groei van het aantal straatkinderen zet zelfs het eeuwenoude fundament van de Filipijnse maatschappij, de familie, op de tocht.

Zonder een structurele koerswijziging zal de Filipijnse maatschappij de problemen waarmee de toekomstige generaties geconfronteerd worden niet kunnen oplossen. Willen de armen en hun kinderen op de lange duur overleven en uit de misŤre komen, dan blijft er slechts ťťn oplossing over: er moeten ingrijpende landhervormingen komen, arbeidsplaatsen worden geschapen, rechtvaardige lonen worden betaald, basisvoorzieningen in het leven worden geroepen en corruptie worden uitgebannen. Om dit te bereiken dient er een structurele hervorming van de Filipijnse maatschappij plaats te vinden.

Filippijnengroep Nederland
December 2012


Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /domains/filippijnengroep.nl/DEFAULT/lib/mysql.inc on line 20
© auteursrecht 2005 Stichting Filippijnen Groep Nederland.